CDA en VVD openen met wetsvoorstel de aanval op krakers

Posted on juli 16, 2019


Tweede Kamerleden Koerhuis (VVD) en Van Toorenburg (CDA) zijn bezig met een wetsvoorstel om kraken de nek om te draaien. Het wetsvoorstel behelst dat het ontruimen van een pand binnen drie dagen getoetst wordt door een rechter-commissaris en als die tot ontruiming beslist er direct ontruimd mag worden.

Met het wetsvoorstel willen Koerhuis en Van Toorenburg dat er een streep wordt gezet door de beleidslijn die het Openbaar Ministerie opstelde na de ontstane jurisprudentie die voortvloeide uit rechtszaken die gevoerd zijn na het ingaan van het kraakverbod in oktober 2010. Die jurisprudentie, waar krakers zich beroepen op het huisrecht als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, wordt met dit wetsvoorstel te niet gedaan. Aangezien je wel een kort geding kan starten om je op het huisrecht te beroepen maar dat dit geen schorsende werking heeft op de beslissing tot ontruiming.

Aangezien de rechter-commissaris zijn beslissing slechts minimaal toetst en dit puur op het strafrechtelijke deel is gericht zal een beslissing tot ontruiming dan ook voor de hand liggen. In praktijk zal het er dan op neer komen dat er binnen drie dagen ontruimd mag worden.

Het wetsvoorstel is niet alleen een aanval op krakers en buitenparlementaire structuren maar ook een directe aanval en een verdere uitholling van het huisrecht. Want uiteindelijk is de vraag wanneer ben je een kraker? Ook huurders die hun huur niet meer kunnen betalen of in conflict zijn met een huiseigenaar en het pand niet verlaten kunnen in die zin worden aangemerkt als krakers aangezien dat ook gezien kan worden als wederrechtelijk vertoeven. Hiermee krijgen huiseigenaren en speculanten nog verder vrij spel in een woningmarkt waar geen plek lijkt te zijn voor mensen zonder bakken met geld.

Hier onder de tekst van het wetsvoorstel:

ARTIKEL I
Artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering komt als volgt te luiden:

1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan de officier van justitie, na een daartoe door de rechter-commissaris schriftelijk verleende machtiging, bevelen dat een opsporingsambtenaar alle personen die wederrechtelijk vertoeven op een plaats als in die artikelen bedoeld, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, verwijdert of doet verwijderen. De opsporingsambtenaar kan daartoe de desbetreffende plaats betreden.

2. De machtiging van de rechter-commissaris wordt verleend op schriftelijke vordering van de officier van justitie. Bij dringende noodzaak kan de vordering van de officier van justitie mondeling worden gedaan. De officier van justitie stelt in dat geval de vordering zo spoedig mogelijk op schrift.

3. De rechter-commissaris beslist binnen drie maal vierentwintig uur na de indiening van de vordering van de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden zo mogelijk door de rechter-commissaris gehoord. Bij dringende noodzaak beslist de rechter-commissaris zonder de personen te hebben gehoord.

4. De beschikking van de rechter-commissaris is met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en de personen, bedoeld in het eerste lid.

5. Het bevel van de officier van justitie, bedoeld in het eerste lid, is dadelijk uitvoerbaar. Het instellen van een rechtsmiddel tegen het bevel heeft geen schorsende werking.

6. Tegen de beschikking van de rechter-commissaris staat voor de personen, bedoeld in het eerste lid, binnen veertien dagen na dagtekening van de beslissing hoger beroep open bij de rechtbank.

ARTIKEL II
Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt in overeenstemming met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze
wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet
in de praktijk.

ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL IV
Deze wet wordt aangehaald als: Wet handhaving kraakverbod.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de
hand zullen houden.

Advertenties
getagged: , ,
Posted in: Nieuws