Een maand na de verdwijning van Santiago Maldonado

Posted on september 26, 2017


Buenos Aires, Argentinië: Gedachten en reflecties een maand na de verdwijning van Santiago Maldonado

WE KUNNEN NOG VEEL ERGER

Op 1 augustus, op de Nationale Weg N°40, wierpen leden van de Pu Lof* in verzet van Cushamen samen met enkele solidairen een barricade op die het verkeer blokkeerde. Dit deden ze in solidariteit met lonko** Facundo Jones Huala die (voor de tweede keer) aankijkt tegen een proces. Na enkele minuten arriveerden busjes met een dertigtal gewapende gendarmes. De kameraden antwoordden met stenen op de aanwezigheid van de gehate ordetroepen. De gendarmerie kwam schietend dichterbij, stak de precaire hutten en bezittingen in brand van de bewoners van de Lof, die zich moesten terugtrekken richting een rivier. Onder hen bleef Santiago Maldonado (“el lechuga” of “el brujo”) achter. Op dit moment zagen enkele bewoners van de Lof hoe Santiago werd gegrepen door de gendarmes; anderen bevestigen dat ze de gendarmes hoorden zeggen dat ze “er één hadden kunnen pakken”.

Hierna begonnen getuigenissen en beelden te circuleren over de verdwijning van Santiago en hoe de gendarmes hem hadden meegenomen in een kleine vrachtwagen. De autoriteiten zwijgen over dit alles.

Op vrijdag 4 augustus drong een groep anarchistische individuen en solidairen het huis van de provincie Chubut in Buenos Aires binnen om te eisen dat Santiago terecht zou komen. Het lokaal werd zwaar vernield. Computers, schilderijen, ramen en decoratie werden met woede kapotgeslagen. Er werden slogans en pamfletten achtergelaten die verwezen naar de repressie in Cushamen.

Op maandag 7 augustus riepen verschillende organisaties, groepen en de familie op tot een bijeenkomst op het Plaza de Congreso. Er was een vrij grote opkomst, waaronder veel kameraden. Boos, niet enkel omwille van wat er gebeurd was, maar ook omwille van de politieke machine die in het zicht van de komende verkiezingen propaganda voor hun Links Front stond uit te delen. Op het einde van de bijeenkomst werd die dag de straat Entre Ríos geblokkeerd en werden stenen, balken en bommetjes gegooid naar de infanterie, twee stadsagenten en een bewaker van het parlement die in de buurt stonden opgesteld. Later werden ook nog twee moto’s van de flikken in brand gestoken. Daarna ging iedereen uit elkaar, zonder arrestaties of gewonden aan onze kant.

Op vrijdag 11 augustus werden betogingen en bijeenkomsten gecoördineerd in verschillende punten van het land (el Bolsón, Bariloche, Rosario, Buenos Aires). In de hoofdstad werd dit georganiseerd door mensenrechtenorganisaties (waaronder een fractie van de Moeders van de Plaza de Mayo), familie en vrienden van Santiago en linkse organisaties die opriepen tot een ‘geweldloze’ bijeenkomst op het Plaza de Mayo, voor het Casa Rosada. Voor de mensenmassa las één van de broers van Santiago een tekst van zijn hand, waarin zijn anarchistische en anti-flikken posities duidelijk werden.

Eén van de dingen die ons woest maken, is het schaamteloze gebruik van de beeltenis en het verhaal van onze kameraad door politieke partijen (PO, MST, MAS, Convergencia Socialista en kirchneristische partijen), ngo’s, vakbonden (de CGT heeft een duister verleden in de tijden van het peronisme, waaronder connecties met parapolitionele groepen en de AAA***). Dit alles om hier en daar een paar extra stukjes van de taart te bemachtigen in volle verkiezingscampagne. De gijzeling van el Lechuga is NIETS OM POLITIEKE CAMPAGNE ROND TE VOEREN. Lijkenpikkers die nooit zullen stoppen met de private eigendom te verdedigen, de gendarmerie en zelfs de regeringen die hen vervolgen en hen de dagelijkse miserie opleggen; want zij willen zelf aan die macht komen en hem uitoefenen met dezelfde autoriteit. Met hen en hun verzoenende taal hebben we echt helemaal niets…

Op donderdag 17 was er opgeroepen voor een betoging in Córdoba. Er kwam een grote massa opdagen die eiste dat Santiago levend terecht zou komen. De politie ontvouwde een groot apparaat om rellen te vermijden. Dezelfde nacht, in de vroege uurtjes, lieten onbekenden een rudimentair pakket achter dat de inkomdeuren van de Cirkel van Inspecteurs van de Nationale Gendarmerie in brand deed vliegen. Er kwam geen opeising. Dagen later, braken er tijdens een nationale betoging tegen gevallen van gatillo fácil**** confrontaties uit en waren er vernielingen in heel het centrum van Córdoba. Later waren er politie-invallen in anarchistische, platformistische en politieke lokalen (onder andere in een gaarkeuken), alsook in woningen van moeders wiens kinderen zijn vermoord door de politie. Bij deze huiszoekingen werden enkel affiches, vlaggen en flyers die over de zaak van Santiago spreken in beslag genomen (en ook de melk van de gaarkeuken). Enkele personen werden aangehouden, maar dan enkele uren later weer vrijgelaten.

Op donderdag 24 riepen de groep H.I.J.O.S. en linkse groeperingen op tot een bijeenkomst en betoging op het Plaza San Martín in de stad La Plata. Daar kwam redelijk veel volk opdagen, waaronder een anarchistisch zwart blok. Tijdens de betoging waren er enkele vernielingen in de straten van het stadscentrum. Het traject van de betoging eindigde waar ze begonnen was. Op die plek bevindt zich de senaat van de provincie Buenos Aires. Onder de verbaasde blikken van enkele verontwaardigde burgers werd de straat geblokkeerd, een luxeauto vernield en de senaat aangevallen met stenen en enkele molotovs. Het gebouw raakte daarbij beschadigd en een deel van de gevel ging in de fik… Een paar uur later lieten twee personen twee bidons benzine achter op de parkeerplaats van de senaat en gingen twee auto’s in rook op. Niemand eiste de aanval op. Enkele dagen later werd de chef inlichten van de politie van Buenos Aires ontslagen.

Op enkele van deze bijeenkomsten en betogingen, maar ook op straat of aan de universiteiten en vooral op de ‘sociale netwerken’ kunnen we zien dat een groot deel van de publieke opinie meevoelt en werd “gesensibiliseerd” rond wat er met Santiago is gebeurd (en een deel steunt ook enkele gewelddadige feiten). Het is inderdaad waar dat als er in Argentinië wordt gepraat over verdwijningen, dat herinneringen aan de militaire dictaturen oproept. Verschillende herinneringen staan in het geheugen van de sociale gevoeligheid gegrift. Wat de overgrote meerderheid van de politiekers echter probeert te verbergen is de continuïteit van het repressieapparaat en de gelijkenissen tussen de dictatoriale en de democratische regeringen. De repressie, martelingen en gedwongen verdwijningen zijn nooit weggeweest…

We denken dat de uitbreiding van het conflict noodzakelijk is. Vanaf het begin hebben kameraden en solidaire personen creatief gemanifesteerd op verschillende punten in heel de wereld. Eerst in Uruguay, Chili, Bolivia en Peru, later in de V.S., Spanje, Frankrijk, Syrië, Colombia, Mexico en nog andere uithoeken van deze kapotte planeet. Dit alles heeft niet enkel wat er is gebeurd met Santiago, maar ook de internationalistische solidariteit verspreid. Deze bezit geen enkele andere grens dan de limieten die we onszelf opleggen.

De pers richt, de staat vuurt

Wat te zeggen over het nieuws en de onderzoeksjournalistiek van huurlingen zoals Jorge Lanata, Mauro Viale, Eduardo Feinmann en andere informatielakeien? Ze brengen de RAM van de ene dag op de andere in verband met een dertigtal acties die gaan van het plakken van posters, tot het in brand steken van landgoederen, de dood van een agent van de grenspolitie in San Martín de los Andes, de handel in wapens en drugs. Ze tonen beelden van mogelijke Santiagos Maldonados in Mendoza, Entre Ríos, Buenos Aires; ze fabriceren theorieën dat Santiago gijzelaar van de kameraden zou zijn, dat hij zou gestorven zijn tijdens de aanval op een landgoed, dat hij nooit in de lof geweest is of dat hij simpelweg een ambachtsman of rondreizende hippie was.

Na de aanval op het huis van Chubut in Buenos Aires, dichtte de pers deze aanval toe aan een cel van de RAM die – “erg verontrustend” – in actie kon komen op amper twee straten van de obelisk (in het hart van BsAs, nvdv) en die zich schietend een weg naar binnen baande; als we echter twee seconden kijken naar de foto’s van de plek, dan zien we duidelijk verschillende omcirkelde A’s en dat de schade niet veroorzaakt werd door kogels. De overdrijving heeft nooit limieten gekend…

De staat wil zijn autoriteit herbevestigen, en moet dus interne vijanden creëren. De economische crisis en de werkloosheid zorgen voor een duidelijk malcontentement in de straten; Wat dan beter dan de schuld van de val van de economie steken op de niet-Argentijnse studenten zoals in het programma van Lanata werd verteld? Of dat de straatverkopers/sters van Afrikaanse afkomst de formele economie kapotmaken zoals werd beweerd in de uitzending van América 24? Of dat president Mauricio Macri zei dat de arbeiders moeten ophouden met moeilijk doen door straten te blokkeren, stoppen met rechtszaken tegen de bazen omdat dat allemaal de investeringen van dollars van buitenlandse aandeelhouders tegenhoudt?

De verklaringen van Patricia Bullrich (Minister van veiligheid van de natie) luidden dat ze niet zal toelaten dat de gendarmerie wordt gekruisigd (“… ik ga de gendarmerie niet door het raam gooien…”) en deden verstaan dat de zaak Maldonado niet over een gedwongen verdwijning gaat. Met uitgestreken gezicht beweert ze dat het volgens haar onmogelijk is dat 30 gendarmes samenspannen om iemand te vermoorden en doen verdwijnen en dat het korps niet meer hetzelfde is als 40 jaar geleden. Altijd maar het spel van de slechte dictatuur en de goede democratie.

De familie Bullrich is er altijd in geslaagd om hun economische en ideologische belangen te verdedigen. Adolfo Bullrich stond aan het hoofd van een bedrijf dat grote landerijen verkocht na de nefaste Campaña del Desierto (campagne onder impuls van de toenmalige president Avellaneda en verdergezet door Julio A. Roca, die gericht was op de uitroeiing van de volkeren die daar leefden. Doel was om de nationale soevereiniteit te versterken en onderhandelingen te voeren met Engelse en Welshe bedrijven en andere geïnteresseerden). Esteban Bullrich, broer van Patricia, heeft zijn post als minister van onderwijs verlaten om zich kandidaat te kunnen stellen bij de verkiezingen. In een verkiezingsspot heeft Esteban het over de positieve hervormingen die de regering in de laatste maanden kon realiseren: “We hebben gezorgd voor meer kinderen in de scholen, meer asfalt en meer jongeren in de gevangenis…” Zijn deze woorden verbazend van iemand die in 2005 de verdediging opnam van de moordende onderdrukker Luis Patti zodat die parlementslid zou kunnen worden? Hij zei toen dat er in de democratie ruimte is voor het debat tussen verschillende ideologieën…

Op internet werd het voorstel verspreid voor een agitatieweek voor Santiago. Dit alarmeerde de veiligheidsdiensten tot op het punt dat een hoge piet van de inlichtingen van de federale politie een document verzond naar gouverneur María Eugenia Vidal (PRO) waarin hij vroeg om de algemene bewaking en veiligheidsmaatregelen in de straten op te trekken. In het document wordt gesproken over mogelijke aanvallen en aanslagen tegen individuen die deel uit maken van de veiligheidsdiensten, infrastructuren en gebouwen… Dit leidde niet enkel tot een verhoogde aanwezigheid van troepen (op pleinen, treinstations, gebouwen van de gendarmerie, commissariaten en conflictieve wijken), maar ook van enkele instrumenten die al lang uit het straatbeeld verdwenen waren (kleine tanks van de federale politie, waterkanonnen en overal camionetten van de infanterie).

Dit repressieve opbod, dat volop bezig is en zich zal verderzetten in de straten van de hoofdstad, toont aan dat zowel het ministerie van veiligheid als de chefs van de “inteligencia” policial alle solidariteit, woede en de acties na de verdwijning van Santiago in de kiem willen smoren. Misschien kunnen de vonken ons ertoe brengen nieuwe limieten te overstijgen.

Op sommige plekken toont de intimidatie haar lelijkste gezicht. Het gaat niet enkel over telefoontaps en wat achtervolgingen; maar over onderzoeksbrigades die foto’s nemen, camionettes van de infanterie op de hoek, patrouilles die af en aan rijden.

Dit alles speelt zich af in een duidelijke context. In sommige wijken van de provincie Buenos Aires zien we flikken die mensen van de bus plukken om hun papieren te vragen en hun eigendommen te doorzoeken; de duidelijke toename van patrouilles en flikken (niet enkel voor controle en bewaking, maar ook om het imago van de politie en de gendarmerie op te poetsen). Op de dag van het kind deelde de gendarmerie in verschillende scholen en eetzalen speelgoedcamionetten (identiek aan hun voertuigen) uit. Ze waren dus “solidair” met dezelfde plekken waar ze normaal inlichtingentaken uitvoeren, schietend binnenvallen en waar ze een nietsontziende repressie op uitoefenen. Als vroeger hun intelligentietaken zich inpasten in het Project X van de tijd van de Kirchners (toen sociale militanten en organisaties van dichtbij werden gevolgd en een databank werd aangelegd) zijn ze nu, meer dan ooit, op het terrein als extra stoottroepen die de staat in zijn voordeel kan aanwenden.

Natuurlijk blijven de wetten ook niet achter. Niet enkel de wijziging van wet 24.660 (deze wetswijziging schaft bijna alle gunsten en verloven voor gevangenen af en geeft de gevangenisadministratie veel meer beslissingsmacht); maar ook de stijging van de strafmaten (door legale definities duidelijker te stellen) voor criminele bendevorming, wapendracht en schade aan private eigendommen.

Relatie tussen Mapuches en anarchisten
In de laatste jaren hebben we gezien hoe enkele mapuchegemeenschappen bepaalde legalistische benaderingen van de strijd hebben verlaten en grote landerijen van grootgrondbezitters of de staat hebben bezet; hoe er machines in brand werden gestoken en gecoördineerde aanvallen waren op verschillende punten van landgoederen… gelijkaardig aan wat er aan de Chileense kant van Wallmapu gebeurd. De media blijven herhalen dat alle Mapuches en dus ook alle bewoners van de lof lid zouden zijn van de RAM. Zo creëren ze de perfecte interne vijand. In de realiteit is de RAM (Resistencia Ancestral Mapuche) het letterwoord waarmee sommige Mapuches hun acties in Wallmapu aan de Argentijnse kant opeisen.

De lonko Facundo Jones Huala heeft toegegeven lid te zijn van deze mapuchegroep. Op dit moment zit hij opgesloten in de gevangenis van Esquel, waar hij een hongerstaking van 18 dagen voerde, in afwachting van een zogezegde uitwijzing naar Chili. Hij heeft een historische toekomst van confrontatie voorspeld, niet enkel tegen de Argentijnse staat, maar ook tegen de Chileense en tegen de bedrijven die vrijuit de territoria verwoesten in naam van de vooruitgang. Het is een voorouderlijke strijd die al meer dan 500 jaar gevoerd wordt. De RAM is maar een kleine uiting in heel deze periode van strijd.

De constante intimidatie en vervolging door de ordetroepen, maar ook door ondernemers en media is walgelijk. Ze proberen niet enkel de repressie te rechtvaardigen maar ook de neokoloniale opmars. Ze verklaren dat de Mapuches connecties hebben met de FARC, dat ze beschikken over militair aanvalsmaterieel, dat het “valse indianen” zijn en meer van die onzin…

Als anarchisten maakt het ons razend hoe de Mapuches worden geïntimideerd, aangevallen en hoe ze ‘worden verdwenen’, net zoals dat gebeurd met de Qom, de Wichi, de Guaraní of de stammen die in het midden van de Amazone wonen en die zich verzetten tegen de opmars van de machines en de vooruitgang van de mensheid begrepen als civilisatie…

We kunnen veel delen met de Mapuches die vechten in het zuiden van het land, zoals er op andere vlakken ook duidelijke verschillen als een afgrond tussen ons lopen. Hun organisatievorm, hun relaties of hun omgang met de natuur zijn een toonbeeld van hun eigen manier van naar de wereld te kijken. Willen vooruitkomen en een Mapuche-natie bekomen is iets wat ons als anarchisten afkeer opwekt. We respecteren hun rebelse waardigheid en we zullen solidair zijn, maar we delen niet alle aspecten van hun strijd.

Geen enkele eis tegenover de staat, permanent conflict tegen de autoriteit
We willen allemaal dat onze kameraad levend terug tevoorschijn komt en dat hij de wegen kan bewandelen die hij zelf wil. We weten dat de staat verantwoordelijk is voor de verdwijning, want de vervolging en “uitroeiing” van “lastige elementen” is één van zijn functies binnen het normaal functioneren van de maatschappij. Daarom kunnen we geen enkele eis stellen tegenover onze beulen. Zij zijn verantwoordelijk voor de verdwijningen voor mensenhandel, de connecties tussen drugshandel en flikken, de executie van jongeren in de wijken door de ordetroepen, het goedkeuren van wetten die jarenlange gevangenisstraffen inhouden en spelen met de levens van gevangenen, de toepassing van nieuwe technologieën voor de sociale controle, de vernieling van natuur om betonnen muren te kunnen optrekken of om plantages van genetisch gemanipuleerde soja en mais aan te leggen. En nog zoveel meer dingen die het wiel van de vooruitgang van het kapitaal doen draaien.

We voelen hoe ze hebben geprobeerd om onze kameraad te depolitiseren. Ze hebben geprobeerd zijn anarchistische overtuiging te ontkennen en ze hebben geprobeerd om van zijn zaak een verkiezingsslogan naast alle andere te maken. Langs de ene kant zijn er Cristina Kirchner en haar trawanten – die een slecht geheugen lijken te hebben – die over Santiago spreken, maar aan amnesie leiden als we het hebben over Julio López***** of Luciano Arruga (een jonge gast uit de marginale wijk Lomas del Mirador die werd ontvoerd, vermoord en anoniem begraven in de begraafplaats van Chacarita, gewoon omdat hij weigerde te stelen voor de politie) of als we Cristian Ibáñez ter sprake brengen (gearresteerd door de politie om later teruggevonden te worden na “zelfmoord” in de kerkers van een commissariaat in Jujuy) en Marcel Cuellar (tijdens een protest rond de moord op zijn kameraad Cristian Ibáñez zelf werd vermoord in de plaats General San Martín in 2003; beiden waren ze militanten van de Corriente Clasista Combativa); of Carlos Fuentealba die de dood vond na politierepressie bij een wegblokkade door arbeiders op de ruta 22 in 2007; of Juan Carlos Erazo in Mendoza in 2008, die stierf aan een hersenbloeding die was veroorzaakt door rubberkogels en gas tijden de bezetting van de fabriek waar hij werkte; of de moord op de jongeman Diego Bonefoi op 17 juni 2010 in Bariloche, door de flikken in de rug geschoten. Toen de volgende dag een protest werd georganiseerd door de buurt, stierven in de politierepressie nog eens twee jongeren: Nicolás Carrasco en Sergio Cárdenas; of op 20 oktober van hetzelfde jaar toen Mariano Ferreyra, militant van de PO (arbeiderspartij), tijdens een protest van uitbestede arbeiders van de spoorwegen in Avellaneda werd neergeschoten door stakingsbrekers van de spoorwegvakbond. In de tijd van de Kirchners waren de inheemse volkeren ook al hetzelfde lot beschoren. Javier Chocobar, die deel uitmaakte van een Diaguita gemeenschap in Tucumán, verzette zicht tegen de ontruiming samen met andere leden van de gemeenschap. Een ex-flik in dienst van grootgrondbezitters nam hen onder vuur, doodde hem en verwondde andere bewoners (12 oktober 2009). Op 23 november 2010, in Formosa, blokkeerden enkele Qom van de gemeenschap La Primavera de weg om hun gronden terug te eisen. De politie viel hen aan en vermoordde twee leden van de gemeenschap, Sixto Gómez en Roberto López.
Maar deze dingen gebeurden niet enkel tijdens het kirchnerisme. Eender welke regering, van welke kleur dan ook heeft tientallen doden tijdens repressie op haar geweten. Voor de tijd van de Kirchners waren er Víctor Choque, Teresa Rodríguez, Mauro Ojeda, Francisco Escobar, Aníbal Verón, Carlos Santillán, Oscar Barrios, de jongeren Maximiliano Tasca, Cristian Gómez, Adrián Matassa, Miguel Bru, Javier Barrionuevo, Petete Almirón, Dario Santillán en Maximiliano Kosteki. En vele, vele anderen die in de handen van de ordetroepen werden gefolterd, verdwenen, vermoord in de wijken, de commissariaten, in de psychiatrische instellingen, de bordelen of in de gevangenissen.

Hun handen hangen vol met bloed, het bloed van de gemarginaliseerden, de illegalen, het bloed van de rebellen. Passiviteit is geen optie, de tijd van wraak is gekomen. Wraak tegen de beulen. Wraak voor het leven van miserie dat ze ons opleggen. Wraak tegen hun constante geweld. Voor de zovele doden is er nooit vrede geweest, we kennen de verantwoordelijken, hun namen, hun functies en hun intenties. En hoewel ze ons afschilderen als infiltranten en als geweldenaars, antwoorden wij hen:

WE KUNNEN NOG VEEL ERGER…

Enkele anarchisten uit Buenos Aires, september 2017

*Mapuchegemeenschap
**Leider, hoofd van een Lof.

***Argentijnse Anticommunistische Alliantie. Extreemrechts doodseskader dat actief was in de jaren ’70. Opgericht door de peronisten.

****Letterlijk: makkelijke trekker. Term die gebruikt wordt om te verwijzen naar het hoge aantal politiemoorden.

*****Jorge Julio Lopez verdween in september 2006 toen hij verklaringen ging afleggen tegen Miguel Etchecolatz, die hem had gemarteld tijden de laatste dictatuur. Sindsdien is er geen enkel nieuws van hem. In de laatste maand verklaarde Hebe de Bonafini, chef van de Madres de la Plaza de Mayo, dat de twee zaken niet met elkaar te vergelijken zijn omdat Lopez een cipier zou geweest zijn en Maldonado daarentegen een ‘sociale militant’. Dit is echter een leugen, die het doel heeft het peronisme (van o.a. de Kirchners) te verdedigen. De verdwijning van Lopez toont aan dat de militaire macht nog steeds erg groot is.

Advertenties
Posted in: Artikelen, Nieuws