Column Peter Storm: Rechtsgevoel en rechts gevoel

Posted on oktober 18, 2013


Staatssecretaris van Detentie Fred Teeven heeft besloten dat Volkert van der G. geen proefverlof krijgt. Er zijn mensen die hier iets goeds in zullen zien. Zij zien hun rechtsgevoel wellicht bevestigd. Rechtsgevoel? Het is veeleer een rechts gevoel waaraan Teeven tegemoet is gekomen. Niet het recht, maar rechts en extreem rechts hebben in deze zaak een overwinning geboekt. Deze werkt haar schaduw vooruit, nu komend jaar vrijlating van Van der G. aan de orde komt. Dat vooruitzicht zal ongetwijfeld opnieuw begroet worden met als rechtsgevoel vermomde wraaklust.

De beslissing van Teeven hield in dat Van der G. dus niet het proefverlof krijgt wat hij volgens de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming beter wel had kunnen krijgen. Zoiets krijgen ook zwaargestraften na een bepaalde tijd, net zoals zij ook in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating. Een keihard vastliggend recht is dat weliswaar niet, maar wel een soort van gewoonterecht. Ervan afwijken is dan ook een inbreuk op de rechtsgelijkheid. Dat geldt nu voor dit proefverlof, dat geldt straks, als vervroegde vrijlating niet door zou gaan eveneens. Nee, ik geloof niet in het strafrecht. Maar ik geloof wél in rechtsgelijkheid. Het alternatief is immers staatswillekeur, en daarvan zijn wij allemaal potentieel slachtoffer.

De motivatie achter Teevens besluit is zowel lach- als zorgwekkend. Uit adviezen zou zijn gebleken “dat het verlenen van verlof aan van der G. (grote) maatschappelijke onrust meebrengt, gevaar voor de gedetineerde en voor zijn familie en gevaar voor ernstige verstoring van de openbare orde.” Dat Van der G. als BN-er herkend wordt als hij zich op straat zou vertonen, versterkt dat nog eens.

Laten we de zaak eens langslopen. Eerst dat levensgevaar. Dat zou wel eens geen onzin kunnen zijn. Maar een bepaald besluit over strafuitvoering nemen uit angst voor een mogelijke moordaanslag is nogal wat. Als de dreiging uit de hoek van radicaal links zou komen, of van radicale Islamisten, dan zou er onmiddellijk gebrul weerklinken: ‘Niet wijken voor terrorisme!’. Maar nu kwam de dreiging – aldus althans Teeven – uit de “rechts-extremistische hoek” dat Van der G. op proefverlof wilde “opsporen” – en vast niet om thee met hem te gaan drinken. Voor dit soort dreiging wijkt de staatssecretaris dus. Laten we dat onthouden voor als de regering weer een stoere taal uitslaat over de noodzaak van stevige “terreurbestrijding”.

Dan de “maatschappelijke onrust”. Iemand mag niet op verlof omdat er onrust zou uitbreken, “gevaar voor de openbare orde”. Opstootjes bij een gevangenis of gerechtsgebouw? Rellen rond het Binnenhof? Is er opeens geen ME meer beschikbaar? Sinds wanneer wordt er over vastzetten of vrijlaten van mensen besloten uit angst voor rellen? Weerhield op 1 mei 2011 een “verstoring van de openbare orde” de politie in Utrecht ervan om demonstranten er met grove arrestatieteams uit te plukken, daarmee de kans op terugvechtende betogers alleen maar groter makend – als ze al niet doelbewust met uitlokking van zulke zelfverdediging bezig was om daaruit weer een excuus voor ME-charges te halen? Anders gezegd: soms kiest de overheid ervoor om iets te doen of na te laten uit angst voor rellen. Maar soms ook niet. Angst voor “ordeverstoring” is dus niet de echte reden.

Dat Teevens besluit nu zo openlijk verwijst naar potentieel oproer als onderbouwing voor zijn besluit, is tekenend. Natuurlijk kiest hij hiermee tegelijk partij: deze dreigende “verstoring van de openbare orde” zou immers plaatsvinden vanuit een wereldbeeld dat hij zelf deelt, een wereldbeeld van keihard en genadeloos straffen. Daar zitten we dichter in de buurt van de echte reden. Teeven wil zich doen gelden als law and order-politicus, om zijn rechtse achterban te behagen en te voorkomen dat de PVV de laatste paar VVD-kiezers via dit thema op sleeptouw neemt.

Dat brengt ons bij drijvende krachten achter de stemmingmakerij om Van der G. niet vrij te laten – nu niet tijdelijk, en straks niet vervroegd. Sommigen onderbouwen met een nog vrij kalme argumentatie, door op de ernst van het misdrijf te wijzen die sowieso levenslang zonder vervroegde vrijlating verdient. Wijs je erop dat het niet toekennen van een proefverlof en vervroegde vrijlating die in vergelijkbare gevallen wel wordt toegekend, dan krijg je van zo iemand nog gelijk ook – waarna echter volgt dat de hele straf te licht is. Zo wordt de discussie rond van der G, een onderdeel van pressie tot harder en langduriger straffen. Overtuigend bewijs dat zoiets de criminaliteit terugdringt, ontbreekt. Maar het voelt wel lekker stoer en daadkrachtig. Dan wordt er nog gewezen op de kans op herhaling. Van der G. heeft nooit berouw getoond. Bovendien heeft hij een compulsief-obsessieve stoornis in het hoofd. Laat hem vrij, en de kans op een nieuwe moord is aanzienlijk. Om de maatschappij daartegen te beschermen, moet Van der G. dus levenslang opgesloten blijven. Aldus deze redenering

Dit is om twee redenen niet overtuigend. Even aangenomen dat die psychiatrische diagnose klopt. Die stoornis kan inhouden dat, áls degene die eraan lijdt zich eenmaal iets in zijn hoofd heeft gehaald – hij er totaal door beheerst wordt en zich het obsessieve en dwangmatige voornemen ten uitvoer legt. Maar de compulsieve obsessie – als die diagnose allemaal klopt – luidde niet: ‘ik wil een moord plegen’. De compulsieve obsessie luidde eerder: ‘die Fortuyn is een levensgevaarlijk politicus, die maakt alles tuk wat deze maatschappij leefbaar maakt; niemand houdt hem tegen? Dan doe ik het zelf – met kogels.’ Dat lijkt me een aannemelijke interpretatie. Het feit dat de publieke stellingname tegen Fortuyn en waar hij voor stond, zo zwak was, kan de obsessie van van der G. – niemand doet iets, dus moet ik het doen – nog hebben versterkt. Hoe raar het ook klinkt, een effectiever néé tegen Fortuyn had eraan bij kunnen dragen dat de man politiek was bestreden, maar zonder kogels. Dan had hij wellicht gewoon nog geleefd, politiek uitgerangeerd en wel. Niet de kritiek, maar het relatieve gebrek aan kritiek, heeft Van der G. mogelijk tot zijn daad helpen komen.

De uitkomst was de moord op Fortuyn, een wandaad en een tragedie. Een wandaad, omdat je maatschappelijke dreigingen, ook niet als ze verpersoonlijkt worden in een gevaarlijk leidersfiguur, maar beter niet via moord bestrijdt. Dat is gewoon verkeerd. Dat vond ik toen en dat vind ik nog steeds. Dat ik hem destijds in de fascistische traditie plaatste – iets waar ik nog steeds achter sta – is daarmee geenszins in strijd. Ook fascistische kopstukken ga je niet omleggen met moordaanslagen, tenzij wellicht de fascisten de macht al hebben veroverd, alle oppositie gewelddadig trachten te breken en ondergronds verzet noodzakelijk is geworden. Maar van zoiets was in 2002 natuurlijk volstrekt geen sprake, en nu evenmin. Naast een wandaad was het een tragedie, omdat een dode Fortuyn veel gevaarlijker blijkt dan een levende. Als Fortuyn had geleefd, was hij inmiddels waarschijnlijk teruggevallen tot de Janmaat-status, alleen wat deftiger. Juist zijn dood heeft een heiligverklaring mogelijk gemaakt en bovendien een gure wraaklust ontketend die juist nu weer opleeft. Had hij geleefd, was hij waarschijnlijk allang als ruziemakend politicus in de zomer van 2002 tijdens of vlak na de formatie van een kabinet door de mand gevallen als producent van vooral bruingebakken lucht.

Hoe dat ook zij, de obsessie van Van der G. was dus verregaand gekoppeld aan zijn slachtoffer. Dat slachtoffer is dood. De kans op zo ’n obsessie met een soortgelijke afloop is – berouw of geen berouw – vrijwel nul. En als het echt zo is dat zijn psychische ziekte een risico voor de maatschappij zou inhouden, is dat nog geen argument voor levenslange straf, maar voor levenslange verpleging en therapie. Zelfs al je zou vinden dat die therapie onder dwang en in een gesloten inrichting moet plaats vinden, is dat nog steeds géén argument om zijn gevangenisstraf eindeloos te laten voortduren. Verpleging is iets anders dan straf, en landen waar straf wordt vermomd als dwangverpleging, lokken daarmee een vergelijking uit met de aloude, door mij niet betreurde, Sovjetunie waar dit soort misbruik van psychiatrie overheidsbeleid was.

In werkelijkheid gaat het de meeste tegenstanders van proefverlof en vervroegde vrijlating niet om dit soort juridische en therapeutische afwegingen. Het gaat gewoon om wraak. ‘Volkert heeft onze Grote Leider vermoord. Het liefst hadden we hem eigenhandig opgeknoopt. Nu dat niet kan, en nu er in Nederland helaas geen doodstraf bestaat, willen we dat hij levenslang wegrot in een liefst zo klein en karig mogelijke cel.’ Dat is het achterliggende gevoel. Het is een rechts gevoel. Maar is het rechtsgevoel?

Het is een gevoel waar rechtse politici op inspelen en van profiteren. Dat verklaart Teevens opstelling. De PVV maakte zich ook breed tegen het proefverlof, en kan nu dus ook victorie kraaien. Er was ook een campagne via Facebook tegen het proefverlof, via een pagina die getiteld was: “Nederland Tuigvrij”. Die is weer verbonden aan een internetpagina van dezelfde naam, nederlandtuigvrij.nl (ik maak hem bewust niet hyperactief hier). Deze site is gewoon extreemrechts in uitstraling en thematiek.

We er kunnen vier doelstellingen vinden, “Onze idealen” genoemd. De eerste: “Ernstige misdadigers verliezen hun recht op privacy als ze niet door de politie gevonden kunnen worden”. Vertaling: een klopjacht op verdachten door oververhitte knokploegen is legitiem. Het idee dat de politie zich bij het aanduiden van een “ernstige misdadiger”- verdáchte vooralsnog, zolang die ‘misdadiger’ niet is veroordeeld – ook wel eens kan vergissen, met een klopjacht op de ‘verkeerde’ als gevolg, komt bij de opstellers van deze eis kennelijk niet eens op. De tweede: “Geen bureaucratie op politiebureaus, maar de bekende leus: meer blauw op straat”. Klassieke law-and-order-praat. De derde: “Elke agent moet daadkracht en veiligheid uitstralen”. Meer van hetzelfde, en het recept voor meer dodelijke politiekogels, meer in elkaar getrapte daklozen, meer staatsgeweld. En de vierde: “Het invoeren van fikse minimumstraffen voor ernstige geweld- en zedendelicten, zoals verkrachting, hevig geweld, geweld tegen hulpverleners, drugsdealers en pedoseksualiteit”. De vraag of onder “hevig geweld” ook politiegeweld valt – waar de makers van deze website kennelijk groot liefhebbers van zijn – is hier waarschijnlijk een beetje overbodig. Een hardere politie, strengere straffen, en een in klopjachten tegen het ‘tuig’ opgehitste burgerij – we bevinden ons hier op extreemrechts terrein.

Expliciet racisme tref je op de pagina niet aan. En nee, men heeft “geen politieke kleur” gekozen, men is er voor “elke Nederlander” – let wel, dus níét perse voor iedereen die in Nederland woont… – , er wordt samengewerkt met “Nederland mijn Vaderland – een Facebook-pagina voor ieder met een rood wit blauw hart”, zoals in de rubriek Historie, te vinden via de menuknop Onder Ons wordt aangeduid. Een rood wirt blauw hart, jawel. Ik ben maar niet gaan kijken op die pagina hoe dát er uit ziet. Hoe dan ook, verheerlijking van keihard staatsgeweld, plus de bereidheid om een informeel hardhandig handje te helpen, zet de toon bij het tuig van Tuigvrij Nederland (ja, schelden kan ik ook).. De Facebookpagina van dit gezelschap heeft 9.286 ‘Likes’. Dat zijn er 9.286 te veel.

Dáár zitten dus de gangmakers tegen proefverlof en vervroegde vrijlating: bij uiterst, naar fascisme neigend rechts. Er zijn zeker mensen die zich daar verder helemaal niet mee verbonden voelen maar op dit specifieke thema er wel in meegaan. Dat is triest en vereist een antwoord. Fortuyn is dood. Maar zijn vergiftige politieke erfenis is helaas springlevend. Met die erfenis, beheerd door Teeven op de linkerflank, Nederland Tuigvrij en soortgelijke clubs als rechterzijde, en Nieuwe Leider Wilders in het midden kunnen we ons maar beter schrap zetten. Het gaat allang niet meer om proefverlof en voorlopige invrijheidsstelling van één man. Het gaat om de vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit van ons allemaal.

Peter Storm

Peter Storm, muzikant, schrijver, lezer, budgettair beperkt levensgenieter en anarchist. Vond als jongetje vogels en orchideeën leuker dan snelwegen en fabrieken, gaf als puber voorkeur aan Indianen boven cowboys, vond Bob Dylan spannend, werd klein dissidentje, werd weinig groter maar wel dissidenter. Anarchistische voorkeuren, later bijna 20 jaar actief geweest in trotskistische organisatie IS, vanaf 2009 zich ontpopt als anarchist/horizontalistisch pro-revolutionair. Heeft website, schrijft ook elders.

Advertenties
Posted in: Columns